i85
vlakte,... werp met uw brokken gloeiend vuur,.. . gij raakt mijn schuimende lippen niet!... Jehovah, die ons het Land der Heerlijkheid schonk, is met mij!... Ik verpletter u allen. Gij zijt moordenaars en een beestenwalm gaat van u uit. Ik, gekrenkte, wilde alleen uw rijpend graan vernielen, het gewas in de halmen, het gewas dat in de schuren opgetast stond om gedorscht te worden. Ik wilde alleen den bluf op uw wijnbergen, op uw koorn, uw olijven van Thim-nath tarten!... Ik wilde u alleen afbreuk doen en straffen ... maar geen menschenleven offeren ... Gij verstikte en verbrandde levende wezens met vuur!... Ik wilde alleen uw stoffelijke scM ... ik wilde alleen Israël's beleediging wreken... Maar nu zal ik u sleepen en scheuren en omtuimelen, genadeloos!... Zie, ik trap u neêr, ik sla u op schenkel en heup; gij jankt als bevreesde honden... Ik vertrap uw gal en het merg uit uw gebeente!... Gij zijt verachtelijker nog dan de jakhalzen die ik het koorn injoeg. Ik zal ook ü koppelen, achterwaarts aaneen, en u met gloeiende stronken de brandende velden injagen! ...
En Simson, geweldig-in-toorn, maaide grimmig onder hen rond met zijn cedertak-breede armen, die zwaaiden als cikkels over graanhalmen. Hij bleef verbluffend-lenig verslaan en beukte neêr met zijn naakte, ontzettende vuisten, tot een leger mannen verminkt, gewond, kermend, gillend op de geschroeide aarde neerlei, dwars-over-elkaar, en de vluchtenden