Simson de Godgewijde

Titel
Simson de Godgewijde

Jaar
1927

Druk
1927

Overig
1ed 1927

Pagina's
359



ELFDE HOOFDSTUK

I

Simson, de Naziraeër, trok naar het nachtwoeste gebergte Judaea, de ziel half verstikt in wraakwalm. Hij begeerde eenzaamheid tusschen sombere, zware Amorietenrotsen, verstorven van bloemen en kruiden. Altijd, in levenswalg, vluchtte hij naar het Oosten, naar de adelaarsnesten-uitbroedende spitsen met hun getakte kruinen; naar de zwijgende binnenkameren van den dood.

Zooals Simson in levensvreugde, altijd droomde en zwierf langs zonnelichtende kusten in het Westen, langs de blauwe Groote Zee, tusschen heuvlen-glooiingen, grasgeurige weiden van Saron en Sephala, waar witte, bloeiende klaver brandde als schuim en waar hij zelf arbeidde, in de stilte van gloeiende morgens, nabij schaduwen van vijgeboomen, olijven en moerbeziën.

Weer had de schijn-beschroomde Sichema hem gehoond, haar vader, haar moeder en de tartende opperbruidsgeleider, met zijn Caïnsteeken over den slaap...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.