i6i
het ziende volk ... Zij is van u, machtige Daniet... echo der woestijn!... Zij is meer dan gesteente en goud ... zij is van u.... onontroofbaar!... De Baals staan haar af... Zij is als myrrhe-olie. De le-vensjeugd bruist nog in haar jonge bloed en zij bespeelt de sistrum als een draaiend rad van rinkelende schellenmuziek ... Sichema is veldvluchtig, maar zij helpt op de blakerende akkers... bij maaien en zaaien...
Simsón hoorde Philistijn's bloöhartige en honingzoete stem nauwelijks. Zijn donkere oogen wierden louter vuur.
Sichema's spraakzuchtige vader, al banger dat Simson hem in het gelaat zou slaan, kromp weg met schild en zwaard, en achter hem, in zijn woon, zonk een wurgende stilte neer. Simson's geweldige borst kreunde jammer. Eindelijk in grauwe woede stootte zijn stem als een wervelstorm los en kreet hij voor de poort tot Sichema's vader:
— Bij den Eenige,... Thimniet... ik zal mij wreken! ...
Toen wendde Simson zich metterdaad snel om, terwijl de leeuwenmanen zijn hoofd omwoeien. Het angstig-blatende geitenbokje, — argeloos verzoeningsgeschenk, — bleef verwezen nabij den sidderenden Thimniet staan.
Sichema's vader staarde in ontzetting Hebreeuwer's rooden rok na die gloeide als bloed in de zonne. Nu reeds voelde hij zich in den greep van den wurgengel.