56
Hebreeuwer, liefhad en dat haar verraad aan angst en bezetenheid moest zijn ontsprongen, al sneed er wrok en hardheid door haar stem, bij verwijt op verwijt. En zonder zijn ziedenden haat tegen de Phili-stijnen te verminderen, ging hij, — onder smartelijke verwijtblikken van zijn moeder, onbekommerd ook voor de stamelende schriktaal van zijn vader die hem opriep tot het bearbeiden van dorschvloeren en tot het slachten en offeren, ter eere van het genade-verbond met Jehovah en Israël, — naar Thimnatha op, om wroegende Sichema weer tot zijn vrouw te nemen.
Het onrustige vee hoorde hij loeien op de velden en Levieten zag hij hun dienstbaarheden verrichten tusschen palmbosch en weide. Zijn Naziraeaat, onthouding van geestrijke dranken en onrein voedsel, bleef hij getrouw. Wat kon hem anders in dit leven dan droef erinneren blijven? ... Eens had Jehovah ook het menschenberouw geschapen ...
De tarweoogst was in vollen gang en koornaren wiegelden rijpgezwollen op ranke halmen. Er klonken hoogtij-vreugdezangen achter schaduwende hagen en olijftuinen, en er woei een geurige zeelucht uit de verte, over de gele zandheuvelen. Rond de wijnbergen galmde muziek bij reyendans, nabij de ronde kuddetorens en goudbezonde gaarden-muren van het zamelende landvolk. Plots dook achter de akkeren, de geweldige gestalte van Simson op, gelijk een eenzame reus uit het Idumeesche gebergte. Als een schrik ging