155
geleider, en hij wist dat ook déze zijn vrouw mateloos hartstochtelijk begeerde, gelijk zijn volk het zoet en bloeiend Ephrata, waar Rachel's stem nog uit haar graf naklonk, alsof de jonge Jozef er nog smeeklijk schreide. Bij de eeuwige wet van Mozes,... de allerheiligste boeken, hij, Naziraeër, kende de wreede wraakgierigheid en moordende vernielzucht van het menschengeslacht der Philistijnen, met hun flikkerende krijgspieken. Maar ook Simson zelf, al wist hij zijn kracht van goddelijken oorsprong, was ruw en eenmaal door toorn aangegrepen, van een ijzingwekkende meedoogenloosheid, gelijk het offervuur. Hoe, in duizelende wrokwoede tegen alle gezag, dwang en knelling, had hij weer pas, te Kehila, in de purper-tintige laagte van Judaea, beelden te gruizel geworpen en Philistijnsche mannen op het puin verdoofd neergeslagen ... Daarom begeerde hij, uit het geslacht der Danieten, schoon zijn Richteren-ambt het gedoogde, met zulk een roeach, zulk een driftziel, het volk Israël en de onheilige gemeente niet te bestieren, noch recht te spreken. Hij, onrein-reine van vleesch en geest, dreef telkens in droomen weg, zag en hoorde alleen wat geweest was en niet wat nu bestond. Doch een lieflijk woord, een smeekstem, een stil-angstig oog konden zijn woest drifthij gen tot bedaren brengen en dan voelde hij zich een smartelijk kind gelijk dat een duivenvleugelke had ingescheurd; wiens verzet erkennend zwichtte onder verdiende straf. Al klaarder begreep Simson dat Sichema hem, grootdadigen