TIENDE HOOFDSTUK
I
Een jaar verliep en nog was Simson niet één zijner zwaarmoedige liefdes-kwellingen ontvallen, al bleef hij dag aan dag de wijde velden overstaren in wezen-looze mijmering en al voelde hij soms den koelen vleuglen-tocht van Jehovah's troostengelen. Hij had nu, tusschen angst-gedachten aan Israël's ontreddering en ontbinding van eeredienst en geloof, toch onbegrijpelijk veel rustiger in evenmaat, nagepeinsd over Sichema's verraad en zich zelf afgevraagd, hoe de Philistijnsche vrouw zijn hoonend terugtrekken naar de vuurpotten van Zoreah wel zou hebben beoordeeld. Ben-Dan ging eerst nu beseffen, zonder heilig water uit het toovermachtige aardevat te hebben gedronken, dat de dertig woeste bruilofts-booswichten haar zekerlijk met gruwelen hadden bedreigd; óók Sichema's ouders en gezin; óók hun wijnteelt, akkerbouw en landvruchten. Telkens zag hij het krijgers-mom-met-den-zwaardhouw-over-de-wang voor zich, de kwanswijze, tartende tronie van den opperbruids-