Naziraeër op zijn godenkracht; doch tegelijk leefde er een hoogere bezieling, een prophetische bezieling in al zijn heldendaden en voorzeggingen. Na ieder zijner scherp-gestempelde afstraffingen en tuchtigingen, wilde de Daniet d'erfvijanden van Israël de gedachte opdringen, dat hij als Simson, alléén persoonlijke wraak koelde, gelijk de Sichemsche vrouw van eertijds zich in heilige woede wreekte op Abimelech, met één moordenden molensteen-worp. Ook het eigen rumoerige volk moést, ontzet en in wanbegrip over zijn aanvallen en vechterijen, zoo denken, onder het reikhalzend brengen van zoenoffers en het overpeinzen der hemelsche verborgenheden. Hij verachtte een onbewogene vrede. Week hij terug, dan konden de Philistijnsche en heidensche manschappen niet de nazaten Abrahams ter verantwoording roepen, doch alleen hem, den heftig-oproerigen rebel met de roe-kelooze tong, den alle-wetten-vertredenden tuchtiger uit Dan, wiens voetstappen verloren gingen in het brandende woestijnzand van Engedi of Jearim. De geknechte en gebroken stamme Judaea, de mannen van Adam's stad Kiriath-Arba het minst,... de uitgeworpen stamme Dan, de mannen uit de laagvlakte van Sephala, uit Ajalon en Manahath het minst,... de bijna uitgeroeide, twijfelmoedige stamme Benjamins, tusschen Ephraïm en Judaea opge-kneld, met al haar donkere zuider-bergkinderen het minst,... — kreupelachtig verdrongen onder Jebu-sieten en verloren tusschen tentbewoners van Jericho,