Simson de Godgewijde

Titel
Simson de Godgewijde

Jaar
1927

Druk
1927

Overig
1ed 1927

Pagina's
359



135

zangvogel zong of hij herkende zijn zwenkende of trillende stem. Heel de bedwelmende zoetheid van het lentegebeuren, het bloeien van acasia's, olijven, palmen, pompoenen en welriekende, van dauw-be-droppelde kruiden, ontstak in hem de oude, jubelende levenskracht, al schoot telkens een adering van smart om de heidensche Sichema en haar vrouw-verraad, door heel zijn overstelpte wezen heen.

II

In den avond, als de koelende westenwind van zee zijn geheimenissen ruischend te verhalen begon, hoorde Simson kameelen en hun dommelend bellen-getingel in het gespan. Hij weende van geluk en verdriet dooreen ... Op de lage kustvlakte van Sephala, tusschen rotsige heuv'len en zand, stegen de cypressen en pijnboomen zoo traag in de gouden schemerlucht, en het was alles zoo stralend en toch zoo zwaarmoedig om hem heen, nu de stille nacht naderde over d'akkers en golvende duinen. De zon doofde haar gloeiglans tot dood oranje. Van enkele scherp-gekanteelde rotsen, grillig uitgebeiteld, overstaarde Simson d'eindeloos-goudgroenen oceaan. Simson, opgekropt van wee, van een smartelijk hunkeren nu, snikte het uit en bad tot den Heer:

— O Eeuwige op den heiligen Sinaï... wees dicht bij mij... nu zoo zoet en lokkend de narcissen en leliën geuren... O Heer, ik was een gebroken en neerge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.