ACHTSTE HOOFDSTUK
I
Liefde-wrok en innerlijke wanhoop bleven wroeten en knagen in Simson's menschelijk hart en hij keerde terug, zwaarmoediger dan ooit, ineengeknakt, naar zijne moeder en zijn vader te Zoreah. Van daar uit begon hij weer zijn peins-stille zwerftochten naar kronkelende dalen en valleien, naar de bloeiende palmboomen van Judaea, over bergen en woestijnen naar d'eenzame gele rotsengevaarten, wilde vlakten of groene heuvelen ten westen.
Weer wierd het lentemaand in Palaestina en hij verlangde naar zijn droombeelden, onder het zoete ruischen van de Groote Zee, zoo zacht soms als het bladeren-geritsel van groene popels in woudstillen zomernacht. Simson keerde naar de goudene klaarte van lentemorgens en naar de lenteavond-zoelte van Palaestina. Weer zag hij de anemonen-purpering over heel de aarde gloeien als een wiegelend, teer vuur. En weer rook hij in onrust en zoet gekweld van liefdewee, de crocussen, de tulpen en de ranonkels en de