132
Simson, stemmebrullend, in matelooze kracht, alle dertig zwalkers met de naakte, hoornharde titanvuisten. Hij ontdeed weeklagers en verslagenen van hun kleeren en zond ze onder een scherphoonende zinspreuk, naar de raadseloplossers en zijn bed-genoote te Thimnath. Dertig lallende joelers en praalhanzen had Simson, met een paar athletische houwen, bliksemend oogenlichtend, verminkt of gedood. Door het zenden hunner feestkleedij loste hij zijn schuld wonderbaarlijk-snel in.