121
— Gij geniussen van vernuft en verstandsscherpte onder alle volkeren der aarde, die uw leeftocht verkrijgt zonder roof en verraad... gij hebt toch met mijn kalf geploegd!...
De krijgers in ontstelling deinsden achteruit. Zij ervoeren,... Simson, in rillenden afkeer en schrik, vloekte Sichema met de oogen, die nu grondeloos vlamden van wreeden toorn, diep in de kasholten. Even rukte hij aan zijn bloedroode rubijnketen. Zacht kreunde het in hem van binnen. De stem van Simson's smart was als het koeren van een verborgen duif in een rotskloof. Hij betastte met zijn vingertoppen de uitgesneden granaatappeltjes van het cieraad om den hals, die van dikke driftaderen zwaar stond opgezwollen. Simson rilde en in zijn hoofd suizelde leegte ..
Toen, zonder een woord meer, keerde de Hebreeu-wer zich om en vertrok als was hij uitgedreven.