!07
Waak op, waak op Deborah ...
Waak op en zing een zang!...
Simson huiverde... Ook Gideon, zoon van Joas, den Abiëzriter, uit den halven stam Manasse, rein van handel en wandel en onschendbaar, luisterde in rillende kampvreugde naar Barak:
— Treedt naar voor, geest, macht... vervloekt Meroz, vervloekt Israël's vijanden!...
De held uit Ophra redde Israël op goddelijk bevel en zelfs dwaas-gekrenkte Ephraïmieten richtte hij, achter de stadsmuren, in troost. Niet hi'j wilde het heerscherschap over Jehovah's volk. Ook zijn bijwijf uit Sichem, die den bastaard en Sichemiet Abimelech baarde, bracht in zijn onwrikkelijk gemoed geen wankelingen, al zongen er zoete lokvogels, nachten lang. En hoe vroom bleef de éérst uit zijn erfdeel-gestootene, half-Canaaneër en vrijbuiter Jiphtach, tegenover zijn eenige maagd-dochter, die hij als brandoffer den Eeuwige wijdde, na zijn ommegangen door Gilead en Manasse en zijne overwinning op Ammon!...
VI
Van al deze Richteren en stamoversten had Simson veel te leeren; na hem alle menschen-geslachten, zoolang zon en sterren om d'aarde wentelen bleven.
Als door een ingeving beveiligd, ontliep hij al ongerecht, Sichema's smeekdrang naar oplossing van