IOO
bezat hij goddelijke kracht, van den moederbuik af. Want een grondeloos-verholen raadsel had hij de woeste krijgsmannen van haar ongestadige eerewacht opgegeven. Het onverklaarbare moesten de krijgers oplossen, alvorens het laatste uur van het huwelijksfeest te naderen kwam. Doch dit was blootvoetige menschen over een doornenvloer heenjagen. Maar ook haar, zijn eigene vrouw had hij den dieperen zin verzwegen, zooals hij in vagen liefdesdrang alles verzweeg van zijn huiverende gedachten, van zijn soms razende wezen; ook alles van zijn diepere, vreemde zienersnatuur die haar telkens hevig beangstigde, wanneer hij den zegen van El-Shadday afsmeekte onder den open nachthemel, nabij de ruischelende olijfbosschen.
Dies rekende hij haar, met blinde boosheid, — sprak zij in verschalkenden weemoed, — tothetPhilistijnsche volk dat den God zijner Vaderen verachtte; volk dat hij kwelde, martelde met zijn zwoele spotwoorden, verminkte met zijn uitzinnige twistdaden en bedreigde met Ezau's vloek over Jacob's eerstgeboorte-roof. Zijn eigen lijfelijke vrouw, zijn aldernaaste, vertelde hij niets van het geheim dat het raadsel omzweefde, omdat hij haar wantrouwde; omdat hij haar versmeet en als een sufbloed bedacht in zijn vasten en ontberingen ...
Nu sprong Simson in geweldige drift overeind en donderde Sichema toe:
— Zwijg, verdwaasd-jaloersche, die uzelve uit