92
kon het kroost van haar lichtzinnige ouders in koelen bloede niet offeren aan den vermetelen erf-vijand van haar stamhuis en haar moederland. Zij gaf de Phi-listijnsche piekeniers, bevend en ontzet, een fluisterende beloftenisse.
IV
's Nachts, onder een zoet, stil mingeheim, begon zij plots aan Simson's mannenborst stelpeloos te schreien.
De machtige Daniet, harteweek en gedrukt door zwaarmoedige droomen, ontstelde hevig; vroeg ontroerd, met bedeesde, bijna bange stem:
— Weent ge Sichema? ... Wat schort u?
Zij antwoordde niet, doch snikte hartverscheurend voort. Sichema voelde haar eigen list als een laag-zielig, karakterloos verraad tegenover Simson, den Hebreeuwschen held met d'open, vragenden blik, den held dien zij aanbad om zijn leeuwenkracht, om zijn heerschers-gestalte en om zijn beschroomde kinderlijkheid, wanneer hij niet tot toorn wierd aangeprikkeld en bloedschuld begeerde te wreken voor de verschrompelde stammen Ruben en Simeon. Zij voelde het kil-slechte van haar lokkend en misleidend vrouwenbedrog, om hem, liefde-dronkene, met geveinsde droefnis-woorden, zelfzuchtig het raadselgeheim te ontfutselen. Zij wilde, in naberouw, als gunstgenoote, zijn donker-ontstelde vraag-oogen, minnaarsoogen, en