211
prachtig vond, al zijn beenen beslist te lang, de heupen en billen te breed; dat voor hem Millet en 1'Hermitte de echte schilders waren, wijl ze de dingen niet schilderden zooals ze zijn, droog-analyseerend nagespeurd, doch zooals zij ze voelden.
Van Gogh alleen beheerscht door het brandende verlangen zulke onjuistheden te leeren maken, zulke afwijkingen, omwerkingen, veranderingen van de werkelijkheid, dat het mogen worden ... z. g. leugens als men wil, maar echter en dieper dan de letterlijke weergave der realiteit.
O! dat z. g. ״niet kunnen schilderen!'1 van van Gogh is larie van vakmannen, die zich door een «zV/-academisch-geschoolde, een niet-technisch-voorbereide op hunne wijze, voelden aangeschoten J) in hun branie.
Dat moet ook Sluyters gevoeld hebben. Het bracht een factor méér in zijn afschuw voor de schoolschge-vormden en de traditie hoog-heffenden, bóven den energischer greep van een geniaal alleenstaande. Maar ook
1 In mijn studie over Toorop heb ik een uitvoerige analyse van
van Gogh's techniek gegeven. Daarheen verwijs ik ter completeering.
Lees verder de prachtige brieven van van Gogh zelf, waarin hij o. m.
zegt: ״Ik vraag u, wat zit er voor een man, wat voor een ziener,
kijker, denker, wat voor een soort menschelijk karakter achter zekere
doeken, waarvan de techniek wordt geroemd! Immers dikwijls niets."
14*