209
alles in wazige weekheid. Hij heeft Thijs Maris gezien en hij gaat aan 't kopjes-nevelen.... Ge speurt nog niets van den lateren kleur-opstandeling, den revolutionair, die haat, trapt op conventie met driftige hevigheid, die spuwt op traditie, omdat ze alléén traditie is. — Éérst verschijnt de tusschenvorm, de kwieke illustrator, geestig, rap van lijn en bewegings-suggestie ; de typeur, 'n beetje dandyachtig, een vleugje fijn-spottend, de ziel koel kerkerend in zijn engelsch flegma, de opstandigheid en onderstroomende woelingen nog dempend en onderdrukkend in onverschillige zelf-negatie.
Later is deze wilde bloem uitgebloeid met al het exotisme en al de onverhoede grilligheid van een vreemd gewas. — Later leerde hij de Fransche modernen kennen en van Gogh. Vooral van Gogh, den kleur-tragischen duivel, den mystischen realist, den literair-concipieerende. — Sluyters heeft van Gogh de brandende oogen ingestaard en, daar zien zieden zijn wil, zijn scheppings-begeeren, zijn verlangen naar het gradioos-menschelijke en grandioos-tragische. Van Gogh zal voor hem niet alleen geweest zijn: de gebrokene, de tragisch zich in zijn werk geheel stuipend uitlevende. Want naast den dramatischen epicus in van Gogh, zag hij stellig den lyricus, den teedere, den Japans-zwierige, die soms zoo heerlijk bereikte
in hoogste harmonie van al zijn kunstenaarsgaven.
14