200
chische wezen, hun geheimste gedachten, openbaart zich slechts zelf in zijn binnenste denkingen. Als de geheimenis van een komeet-glans, onnaderbaar in de ruimte, zoo straalt dat Helleensche leven naar ons toe. Onze eenige aanschakeling met het ras-psyché bestaat in 't bestudeeren van nagelaten arbeid, in ons opgenomen met, door dit tijdleven begrensd bewustzijn, daardoor beheerscht, hoe vèr onze terugschouwende geest ook de spanningen van zijn evocatieve macht uitzet naar het Verleden. We zien het kristallisatie-proces altijd weer van buiten af, bestaren het wonder der symmetrische vlakken met ontroerden eerbied voor zoo magistrale harmonie, maar van den innerlijksten wordingsgrond weten we niets. — Als de beschouwingen zoo op- en saamgedrongen losschieten als bij Nietzsche, dan hebt ge al dadelijk het bewijs, dat de Grieksche, alleen een Nietzsche'sche ziels-uitleggerij is geworden. Want Nietzsche's gansche geestesleven was één kamp tusschen de z. g. Dyonysische en Apollinsche levens-bewustwording. Hij heeft de tragedie van 'n eenling, met woelende warreling in zich van elkaar vernietigende, om de heerschappij kampende fantasmen, verminkt door heterogene gedachten-elementen, overgebracht op de cultuur-ontwikkeling van een Tieel volk, in welks z. g. dubbel-wezen hij de geestelijke verwantschap met zich zelf herkende.''
Ik behandelde verder nog Rohde, Nietzsche's geleer