95
felle kracht schiet dat leven u in 't gezicht terug. Ge-
Ontwijfelbaar, Nietzsche was een zieke. Ik behoor
havend en gewond laat ge af. ■—
,״^t tot hen die gelooven dat een dementie als Nietzsche had, accidenteel kon heeten en op zich zelf stond. Maar evenmin behoor ik tot hen die nu door al zijn werk den paralytischen waanzin gesmoord zien heenbranden, duister, zelf-verterend; althans niet in de vóór-periode waarin de levende, voelende en denkende persoonlijkheid moet worden beschouwd, geheel objectief en buiten achteraf-verkregen kennis van zijn geestes-gesteldheid.
het groote werk veroorzaakt in de scheppende kunstenaars een zenuwspanning die hen soms heel dicht de grens van den waanzin doet naderen. — Wel honderd exempels weet ik u aan te wijzen. — In hun binnenste, hun gedachtenkamer, is het een voortdurende om- en dooreenwenteling van cylinders, zuigers, raderen, die onafgebroken inwendig arbeidsvermogen naar buiten stuwen. Er is eeuwige wrijving en zuiging. De voel-, waarnemings-, denk- en scheppingstoestel van den creëe-renden kunstenaar staat nooit stil, zelfs niet in den slaap. Op welke verbijsterende wijze is Shelley niet door den hallucineerenden waanzin beslopen, en Van Gogh. Maar wat deert 't? Wat zij waren en werden?