94
er doorheen bazuint, geheel en al profeten-vervoering.
Niet alleen in Zarathustra bruist die oud-hebreeuwsche lyriek. — Ook in Ecce Homo vlamt ze uit, nu en dan. — Zijn prediking van de alomvattende zelfzucht is met dezelfde profetische stemmetrots uitgegalmd. Bijna nimmer geeft hij een begrips-aaneenschakeling. Zijn gedachten maken eerder antilopen-sprongen. Met 't folterende bewustzijn van zijn eigen instinct-afwijkingen weet hij alles weer opeen te drijven. Schrijft hij zelf niet: ״Diese doppelte Reihe von Erfahrungen, diese Zugänglichkeit zu anscheinend getrennten Welten wiederholt sich in meiner Natur in jeder Hinsicht, — ich bin ein Doppelgänger, ich habe auch das ״zweite" Gesicht nog ausser dem ersten.
Und vielleicht auch nog das dritte .... Schon meiner Abkunft nach ist mir ein Blick erlaubt jenseits aller blosz lokal, blosz national bedingten Perspectiven, es kostet mir keine Mühe ein ״guter Europäer" zu sein."
Zoo weet hij zijn seinen uit te werpen. Als ge plots weer hel zijn toplicht ziet gloeien, dan hoort ge zijn hoongelach en verdwijnt 't licht weer in mist. —
Als een säamgekronkelde spiraal is zijn stijl en zijn gedachten-leven. Ge perst 't bijeen; ge voelt een tegenspanning in den week-meegaanden druk. Maar 't wacht alleen op een momentje dat ge loslaat en met