193
die altijd prikkelt en nooit verveelt. Men heeft hem vergeleken met Multatuli. Zotter kan 't niet.
In den grond is Nietzsche een mysticus, heidensch pantheist, de gedachte, veel meer dan bij Goethe, door-filterd van geheimzinnig droomlicht. Multatuli kende de lyrische zinnen-verrukking niet, de zuiver profetische, oud-testamentische; slechts de oratorische bedwelming. Nietzsche was een moedig, eenzaam heldenkarakter, dat op helden schimpte uit smart. — Multatuli had in zijn geestdrift allerlei vervalschende toevoegsels ingesmok-keld, als poseur. Nietzsche had den wezenlijken duivel-dans doorgemaakt. Hij rook tooverij en bezweringen op mijlen afstand. Hij haatte de theologie ... wel hij ze zelf in zijn bloed had.
Soms is er een soort vervoering in zijn stem, als bij ׳^ de oude profeten. Zoo Jezaja met zijn dreigend-duistere beelden en cyclopische symbolen. ״Uw aardrijk is eene verwoesting, uwe steden zijn met vuur verbrand". — Dat is ook de stem van Zarathustra, den visioenaire zelf-bezwijmelaar.
״Uw zilver is tot schuim geworden"... . ״Hij staat om de volkeren te richten". — ״Wat is ulieden, dat gij mijn volk verbrijzelt en de aangezichten der ellen-digen vermaalt". Dat is de vuur-donkere visioenen-groep van Jezaja, en de geweldige stemmetrots die
13