192
Er is een stoutheid in dezen levens-vlucht die verschrikt. Hij zoekt zijn wapenkroon vlak bij den troon van God. Hij is bergtop en afgrond. Van den diepsten bodemkloof tot de, bleek in nevelen wegmistenden bergkruin, is 't Nietzsche. Hoogte en laagte tegelijk. En als ge dan eindelijk denkt: deze dithyrambe is zijn dood; hij kan niet hooger en niet meer keeren, dan plots ziet ge een wending, fluistert en koert het stillekens om u heen... laat hij de felste gedachten op duivenvoetjes aansluipen.
Nu beziet ge weer het landelijk-lieve koeien-melken en ge staat met uw beenen op de geurige graszoden-aarde ...
Zoo, in één wending, voelt ge u teruggebracht naar den beganen grond.
Taine, met al zijn vernuft, lijkt naast Nietzsche als een bierkar-paard naast een nerveus-arabischen woestijnrenner. — Hij is een zeldzaam suggestief stylist. De droogste elementen uit zijn moraal-philosophie weet hij nog een boeienden kern-inhoud te geven. Het fijne steekspel van zijn vernuft is bijna altijd van misleidend elegance. Zijn slechtste en zwakste pagina is nog leesbaarder dan de ״fraaiste" van zijn felle beschimpers. Hij weet een fijne specerei door zijn proza heen te geuren