hij en ge hoort harnastonen terugklinken. Als ergens in de wereld de storm opsteekt en de oceaan loeit, dan snuift hij den wind in den neus en begint eerst te leven. Hij is geboren voor het intellectueele slagveld. Wat een vernuft, een opeenhooping van gedachten. Soms vreest ge zijn hersenpan te zullen hooren knappen. Al hooger en hooger stijgt zijn kracht en dithyrambiek. — Eén beeld, één zin, is vaak saamvatting van honderden gedachten en ontroeringen. Vandaar die diepte in zijn perioden die u insleept of laat struikelen. — Ecce Homo is er vol van. Het is epigrammatische stijl, spasmodisch soms, maar zinrijk en van de meest-onverwachte perspectief. Doolhof-zinnen en lokkende gelijkenissen. Maar weet ge eenmaal den weg, dan leidt hij u naar hoogten die in 't hemelblauw zich drenken. — Als dartele geitjes springen zijn gedachten-kindertjes, droombroos, rond hem heen. Tot plots de dithyrambe aanzwelt. Telkens dan geeft het laatste woord van iederen zin, de vervoering van een vorigen over, en telkens stijgt deze eenige graden hooger in de volgende periode. Ge voelt een benauwing, een beklemming. Er moet iets barsten. Ge staat nu midden in den gloed van het bergrood. Zoo ijl, zoo hoog. Amphitheaters-gewijs ging deze zelfver-heerlij kende woord- en beeldenpraal tot de toppen waar de aarde den hemel raakt.
Een zellbezingende lyriek, een al ijlere bedwelming.