!86
leeft in hem niet de woedende drift van den leeuw, de springlistige bloeddorstigheid van den tijger? Hij stalt den schepper aller levens. De rampzalige! Naast hem zijn er slechts leuterende huisgodjes, kreupele penaten, te verdooven met het hetsige gezang van een verliefde keukenmeid.
Ik kan, in deze inleiding geen volledige karakteristiek van al zijn werken geven. Wat hebt ge er aan een pijpje te rooken in de omgeving van een kruithuis ? Ik wil u slechts doen zien hoe zeer dit boek de sleutel is op zijn geheel dynamietachtige persoonlijkheid.
Vraag u af, is geheel deze vreemde beeldschikking, deze zelfkeuring, loutere warhoofderij en waanzin ? Neen! In Nietzsche is het een onbegrensd zelfbewustzijn, dat in diepste wezen weer als een zelfobjectivatie van eigen persoonlijkheid wil verschijnen. De dronkenschap der ijdelheid die ge in dit met beelden zwartspringende proza ziet, heeft op een ander plan van beschouwen haar evenwicht. Ook zijn gedachten hebben koppelstangen; ook zijn visioenen kennen den sluimer van hun schepper.
Zij die er alleen een krankzinnige zelfverheerlijking in zien, begrijpen niets van de psychologische gedachten-werkingen in dit brein. — Ga liefelijk verder met het borduren van uw snoepige pantoffeltjes voor feestelijke