85
über eine Person und sonst Beliebiges zu finden, das nicht ganz oder doch zu dreiviertel falsch und schief ware".
Deze psychiater geeft inderdaad enkele typische bewijzen van Nietzsche's individualistische los- en lichtzinnigheid in beoordeelingen van dingen die hij nooit bestudeerd had. — Zijn denk-gretigheid deed hem lonkjes slaan op alles. Dat vergeven de vakkundige heeren nimmer. Het is 't hoogste onfatsoen, en glij-zacht als een zuigerslag lichtten ze je het leekenpootje. — Nietzsche had spinnekoppen in de hersens aan 't webben weven. Hij warde en maalde dooreen. De grootste weetniet kon hem met een kleurig strootje lokken naar allerlei koude-drukte-redenaties, een werkelijk wijsgeer liet hij de voeten spoelen. Zijn tong was als een spits blad waar de blaren der kwaadsprekerij op uitgiftigden.
,/Gij hebt nu ervaren dat Nietzsche zijn eigen genie boven alles plaatst, ook boven de beeldingsuitingen der grootste geesten. — Zijn woord en zelf-keuring zwelt op in de hoogste spanning. De goden rijden hem over de tong. Hij voelt zich bij wijle een Prometheus, uit klamme klei aardmenschen knedend, ook bij machte een stuk hout aan de zon te ontvlammen. Zelfs de gebods-stem van Zeus beangstigt zijn koene ziel niet, want