!82
eigenschappen van alle genieën bijeen, dan zijn ze te-zaam nog niet bij machte één rede van Zarathustra te scheppen. Noch Goethe, noch Dante, noch Shakespeare, zouden één oogenblik in deze atmospheer van geweldige hartstochten en hoogheid hebben kunnen ademen. Hij gaat steigerend door, Nietzsche: vóór zijn boek Zarathustra bestond er geen wijsheid, geen ziels-ontleding, geen woordkunst; de volzinnen, sidderend van hartstocht, zijn verzongen muziek. Ge ziet slechts uitflikkering van bliksems om nooit gedroomde toekomsthorizonten aan te lichten. De hoogste beeldingskracht is kinderachtig gering bij dezen terugkeer tot het natuurlijke symbool. Ook zijn ״ Af-godenscheemring" acht hij buitengewoon, omverwerpend, vernietigend, boosaardig. Hij leefde toen in het ״volle bewustzijn zijner onsterfelijkheid". Hij weerlegt de dingen ״zooals ze nooit iemand weerlegd heeft." Met hem ontstaat pas op aarde ״de groote politiek." — Voor hem bestond er ook geen psychologie, meent Nietzsche.
II.
Is dit nog zelfingenomenheid, ijdelheid, grootheidswaan te noemen ? — Hij verdrinkt zich in zijn eigen rookende bloed, en hij duikt weer aan de oppervlakte als een gevlekt rood monster, gekorven en ingesneden door den feilen waanzin. Zijn oproerige zinnen door dolheid geroerd