181
bovenmenschelijken hartstocht. Met de dithyrambische vervoering als in het derde deel van Zarathustra's ״De zeven Zegelen" ״vloog ik duizenden mijlen uit boven alles wat tot hiertoe poëzie heette". — Als psycholoog beweert hij geen gelijke te kennen.
Hij keurt zijn: Geboorte der tragedie, vooral enorm om het begrijpen van Sokrates. Hij noemt den stijl hier en daar grootsch en hij acht het boek vol van ״wereldhistorische accenten."
Hij ״de grandseigneur van den geest, voelt zich in ״Menschelijk, al te menschelijk", geheel grandseigneur; hij acht het een monument van strafste zelfzucht". Een boek van kruitdamp omrookt. In ״De vroolijke wetenschap" acht hij diepzinnigheid en ontoombaarheid bijeen. — Aan het slot ziet hij de diamanten schoonheid van Zarathustra's eerste woorden flonkeren."
Zinnen van graniet gaf hij en formuleeringen voor eeuwen. Zijn ervaring van inspiratie acht hij zoo zeldzaam, dat men eeuwen op eeuwen zou moeten teruggaan, wil men iemand ontmoeten die mocht antwoorden: zoo ook is mijn ervaring. — Het Nachtlied uit Zarathustra acht hij het eenzaamste lied dat ooit geschreven is." — Zarathustra, meent Nietzsche, staat geheel op zichzelf." Een dusdanige ontlading van opeengehoopte kracht is ,wellicht nog nooit voorgekomen." —
Nog verder gaat Nietzsche: Tel al de geestelijke