i8o
Nietzche weet zich zelf de volkomen tegenstelling van een heroïsche natuur. Zijn toekomst acht hij een rimpel-Iooze zee, spiegelklaar. Hij deed nooit iets voor roem, vrouwen, bezit. Hij voelt in zich de allerhoogste fijnheid der keurende, gezonde instincten. — Hij beweert dingen van de hoogste orde geschreven te hebben, die ״geen sterveling hem nadoet". — Op een of ander tijdstip zal men instellingen noodig hebben, meent Nietzsche, waarin men zijn levensbegrip zal naleven, en zelfs gelooft hij dat er in de toekomst afzonderlijke leerstoelen worden opgericht voor de verklaring van zijn Zarathustra. Zes zinnen uit dit boek begrijpen acht hij een verheffing boven het gewoon-sterfelijke der „moderne" menschen. Naast zijn boeken meent Nietzsche houden geen andere hun leven. Hij komt uit duizelende hoogten, nooit door een anderen vogel genaakt. — Hij beweert dat zijn werken het hoogste bereiken wat ooit op aarde bereikt werd of bereikt worden kan. Er is geen trotscher en tegelijkertijd geraffineerder literatuur. Van zijn stijl zegt hij dat het de veelzijdigste stijleer-kunst is, „waarover ooit een mensch beschikt heeft." — Nimmer, beweert Nietzsche, heeft iemand fabelachtiger kunstvermogen te verkwisten gehad. „Vóór mij wist men eigenlijk niet wat men met de Duitsche taal vermocht". Nietzsche zelf acht zich eerst de groote ontdekker van een geweldigen perioden-stroom, een uitstorter van