*51
Het is de zelfspot van een die zuren met zuren bestrijdt. Dat ״trés intelligent" van den ,,levensbeelder" is overigens niet kwaad. Zoo spreekt ge ook van een winkelbediende die iets neteligs-ingewikkelds vlug-verrassend voor je uitrekent. De ״zeer intelligente" Balzac! ... O, de koninklijk-trotsche Balzac-nek dien Rodin hem heeft gegeven! Kom niet te dicht bij deze statue, heer Breton. — Bovendien, Balzac's minnaars-hevigheid ontgloeide pas na dit tijdperk, bij gravin Hanska. Ziet ge het kleine^ dikke kereltje.. Honoré de Balzac ... met zijn enorm breed en hoog voorhoofd, de flambard in de hand, in verteedering toegebogen naar het gelaat der vurige Poolsche ? Het idealisme van Madame Hanska sprak van: 1״'embonpoint charmant de la seconde jeunesse".
Ze had hem allicht willen uitrollen tot een slanke d'Artagnan-figuur . . . Maar de realiteit noteert tergend: dikke buik, voortgesjord op kleine, driftige korte beentjes, door een kreuk-broek nog korter lijkend. — Het dagboek geeft een verheerlijking van de corpulentie. Innige Balzac. Maar iets is er ... de schroeiende goud-gloed van zijn oogen en het hooge denk-gewelf. . . zijn voorhoofd. Madame Hanska is betooverd... Wat vermag D'Artagnan-slankte tegen grandioze breedheid van geest, en hoe verschrompelt fijnheid onder de helle vlam die uit zulke oogen straalt en fonkelt. — Wel is het zeer spijtig dat over het laatste leven van Balzac met Hanska