!49
Balzac het mikpunt is gebleven voor den laffen, oneerlijken spot, caricatuur en giftigen hoon van kleine journalisten-keffertjes. Gozlan en Madame Hanska laten ons gevoelen hoe vuns hij werd afgemaakt en neergehaald door bijna alle dagbladen van zijn tijd en hoe allerlei journalistieke knulletjes met catapults tegen den reus uittrokken. Zelfs lang na zijn dood. Stellig is deze haat van de dagbladpers en van toon-gevende tijdschriften te verklaren én door zijn groot succes èn door zijn uitgesproken afschuw van journalistiek en journalisten. Zie o.m.: ״Un grand homme de Province a Paris." En dit uitdagende spot-antwoord aan Lireux van Balzac:
״Encore une fois, pardon, monsieur Lireux, mais j'en ai fini depuis longtemps et fini pour toujours avec les journalistes; c'est entre nous une guerre desauvages: ils veulent me scalper a la manière des Mohicans, et moi je veux boire dans leur crane & la manière des Mus-cogulges". —
Maar de uitdagende lach van Balzac heeft ten slotte alle verzet gestild. De wereld heeft hem ontnuchterd en dagelijks verguisd. Hij haalt zijn schouders op en werkt, werkt als een gigant. En lachte.
Misschien heeft ook 't opgeloopen blauwtje bij de mooie Madame de Castries, in 1832, ,,dans tout 1'éclat de sa jeu nesse", hem tot ontnuchtering gebracht. Zijn wraak op haar mallootig spel is .. . hertogin de Langeais,