138
duisternis het licht eens snuffelaars-geduld uit te werpen; iets sterkers nog dan het beverige zoeklicht van archi-varis-speurzinnigheid. — Wij krijgen onder de oogen een veertigtal nooit verwezenlijkte werkplannen, en verschillende van Balzac's beroemde romans in schema• tischen vorm opgebouwd. Verder een honderd-vijftigtal aphorismen, nooit verschenen, en een zeer karakteristiek ״memento". Crepèt noemt dit een soort van rekeningcourant en gebruikt een kenschetsende uitdrukking voor dergelijk werk, van Paul de Saint Victor: „crachoir d'or." — Een provisie-kast zou Laura Surville het genoemd hebben. Kris-kras dooréén, 'n wilde opstapeling van werkroosters, plots onderbroken, 'n slingerboog verder weer voortgezet. Schuin-dwars er bijgesleept een lijst van vrinden; daaroverheen haperende stijl-proeven. Uit den mond van 't volk blijkbaar opgevangen uitdrukkingen, gegroepeerd om een balans-afsluiting van boeken-onkosten. De plekjes wit opgepropt daartusschen met geestige zetten en literatuur-recepten vastgehaakt aan liefdesbespiegelingen, zware wijsgeerige diepzinnigheden op een krantenknipsel-staartje uitloopend. Virgilius-citaten door drama-schema's heengeschreven. Architect-plannen voor woning-ontwerpen broeiend boven adressen voor recensieexemplaren zijner werken. Alles in gedachten-vlucht jachtig neergeworpen. Zooals een aangestooten kristallen roemer zijn toon lang na den stoot blijft doorzingen, zoo