133
beschrijver van Balzac, trad in haast bij, en vermocht nog intijds twee half geleegde kisten uit de handen der hersenlooze plunderaars te redden. — De erfgenamen van Balzac, gewekt door 't schandaal, zouden slechts geroepen hebben: ״smak de zooi maar in 'tvuur." Hèt vandalen-signaal, door broeierige fatsoens-burgermenschen de rauwe keel uitgestooten. Op deze heiligschennende aanhitsing werden brokken van zijn arbeid, van zijn machtig-denkend hoofd en zijn vulcanische ziel stukge-reten, vernield en tot vunzen rommel verplunderd.
Wonder boven wonder ... het album, het intieme dagboek ... is aan de verniel-woede ontkomen. Hoe,.. . men weet 't niet... Deze toornige en onstuimige bende kon er de klauwen niet door heen scheuren, want in 1882 was 't reeds in 't bezit van den heer Clément-Simon.
״C'est en 1882, en effet, qu'il devint la propriété de M. Clément-Simon, avec un portefeuille de chagrin violet qu'ornait le portrait reproduit en tète de ce livre..
Van dit afbeeldsel spreekt Balzac ook in zijn Lettres è. 1'Etrangère, 2 Maart en 7 April 1843. — Het album kwam ook nimmer in den catalogus voor, afkomstig van Made de Balzac's boedel. Clément-Simon kreeg het album van Chasles, boekhandelaar en expert, den man door wien de bewuste auctie ook geleid werd. Crepèt ver-