134
moedt nu dat dit rijke documenten-stuk onderhands aan den heer Chasles is overgegaan.
״On pourrait done admettre aussi bien 1'hypothèse d'une cession de gré k gré consentie è. M. Chasles par les ayants droit de la veuve."
Hoe ook, Clément-Simon bezat het, en het is dus niet vernield kunnen worden. Simon, als zeer hartstochtelijk snuffelaar, met zijn gevoelige archivarisneus, begreep onmiddellijk de groote waarde van dit dagboek, dat eigenlijk meer een werk-dagboek is, oversprenkeld van intieme gedachten. Clément-Simon sprak met vuur over zijn schat. Door graaf de Spoelbergh bijgestaan bracht hij vier jaar zoek met de ontcijfering der zandfijne hyroglyphen en het ordenen van den tekst. Crepèt schrijft:
״Et il portait dans sa tête, quasi écrite, la préface qu'il fallait pour y jeter la lumière è. flots. D'ailleurs, voili une dizaine d'années, 1'album avait dü paraitre; déja les caractères en étaient choisis, les facsimiles tirés. Mais des contretemps avaient surgi, des tristesses: 1'éditeur en question était mort, et M. de Spoelbergh. Et lui-même, 4 cette heure, M. Gustave Clément-Simon, chargé de quelque quinze lustres, aprés 1'effort que venaient de lui coüter les Mémoires de la comtesse de Valon, se sentait bien las ..."
Daar echter door eiken Balzac-vereerder dit album