verdiepen. — Het hield zijn ikheid in toom en eischte toch cilles van zijn geestelijke en psychische krachten. Nooit is er wellicht een bourgeois met heerlijker opluchtingsgevoel naar de grauwe rijen der proletariërs gevlucht. —
Gorter, onder al de dichters van '80, was de eerste en eenige die zijn verindividualiseerden artistieken trots heeft durven offeren aan iets dat hem van veel hoogere orde leek dan de individualistische schoonheids-verrukking der tachtigers: de algemeene, in diepe kennis der maatschappij-verhoudingen verwortelde levens-schoonheid der massa, die natuur-schoonheid en visioenair geluk insloot. — Hij verafschuwde de bekrompenheid der tachtigers en hun verengd ziels-gepraal. Zijn omkeering was in hem een daad van [heroïsche zelfherwinning. De zwaai van het breed-homerische rhythme lééft in die daad. De ^gestalte van een Achilles dook óp. — De oer-krachtige dapperheid van de oude helden, zooals de Ilias ze gewrocht had, sloeg op hem over. De oorlogsklank van de Ilias donderde aan zijn oor. — Breed en ontzaglijk overzag hij wat er gebeuren ging. Gorter, die groote, diepe, innig-liefdevolle Gorter, zoo donker in zijn haat toch, gaf zich toen als een held.— In hem herleefde de onpersoonlijke objectieve kracht van al het cosmische. Niet voor niets had hij de oud-Homerische zangen tot een brok van zijn bestaan gemaakt. De vaart van dit oer-krachtige, dat in marmer-gebeitelde leven, joeg hem vóórt in zijn eigen tijd. — Latere menschen