slurpte hij het lente-leven in, en tussehen zijn impressionistische taai-feesten liet hij de Balder-sage öpleven als heidensch gewrocht eener dramatische mythologie. — Maar Gorter, al onmiddellijk, wikkelde de legende los uit de mistigheid der germaansche nevelen. Hij beeldde wel den Zomergod Balder, maar zijn wezen gedrenkt in de oude Pelasgen-atmosfeer van Homeros. En terwijl in ״Mei" de jammering van Wodan naar Balder, uit de Edda-sage nageklaagd, den zomerjubel ging overstemmen, voerde Gorter toch al dat mythisch gebeuren terug naar helleenschen bodem, naar de classieke sfeer waarin zijn eigen jeugd-leven nog te gloren lag. — Ge hoort het helder-droeve geroep van de schalmei, in herderlijken zwier-toon uitgezongen. — Soms hoort ge bazuingeblaas als borrelend schuimgoud van kleur-klanken uitéénge-stoven. Aan de fantomen hebben Keats en Shelley mee-gebouwd. Keats in zijn heimwee, Shelley met zijn fantastische woord-stoeten. Maar hoe heerlijk heeft Gorter het binnenste leven van dit goud-purp'ren gedicht doorzongen met zijn ziel en al zijn zinne-harts-tochten; hoe verrukkelijk heeft hij zijn visioenen geklaard in den helderen dauw van zijn beeldend woord. —
Toen kwam kort daarop de sensitivistische periode onder den invloed der Fransche en Hollandsche natura-