Geschreven Portretten

Titel
Geschreven Portretten

Jaar
1912

Druk
1912

Overig
1ed 1912

Pagina's
223



brandenden hemel, over wei en zee. In ״Mei" had hij van de aarde gegeten, van de luchten gedronken, en de vloeiende teugen van een nieuw zomerend leven ingezogen. — Zong hij niet van de roode bloempjes en het lichtende kleur-vertier ? Met een overweeld'rige levensdrift had hij zich in dionysischen roes, óm-en ómge-koesterd en hijgend verlustigd in den knetterenden zomerbrand, en de zomer-hemelen had hij volgezongen met zijn zingende jubelstem. — Hij zag de aarde zich tooien en overtintelen met licht aan allen kant. Het werd een zoel geflonker rondomme. — De dampen der aarde als een „gloedbron", daar zong hij zelf van in zijn Mei, zijn Heidensche Mei, doorwasemd van bloemgeur en gras-zoet; zijn Mei, „wier ope lippen wellust uitwazen."

— Zijn Mei omzong de Balder-allegorie met visioenaire klanken. Het leek wazig sprookje en schroeiend verhaal. Er was gedein en gewieg van woord en zang. De rijmval vooral was een wellust voor het oor; de beeldvorming voor het gretige oog. Het flonkerde en zilvervloeide, het druppelde van goud en licht als morgenzon in lente-loover. Een geminnekoos van beelden, een schatering van woorden, een omvleiing van rhythme. Ook hier een taal, uit de ziel ontsloten, nadat ze gerijpt was in de diepe koestering der zinlijke ontroering. Ook hier dat wonder-zangerige, melodieus keeren van beeld en strophe.

— Dan als heete, roode, dan als koele blanke wijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.