ii4
naar het bovenzinlijke en kerkelijk-mystieke toe, in Gorter een vrijworsteling van alle religieuse dogma-benauwingen en een drang naar uitroeiing der natuur-geheimenis-sen, voor zoover deze opgevat worden als bevestiging van occulte levens-machten. —
Het heidensch-positivistisch wezen van Gorter bracht in hem onmiddellijk twee sterk kenschetsende eigenschappen van zijn geest naar voren: zucht naar aanklaring van het schouwende, ontledende verstand; verheldering en doorstraling van de ziel in alle levens- en maatschappelijke verschijnselen rond hem heen, en ... zucht naar zich verbreedende eenvoudigheid, zelfs bij de samenge-steldste ontroeringen en bepeinzingen van zijn dichter-wezen. Zelden is een dichterziel en denkergeest zoo mag-netisch-onvermijdbaar naar de dóórgroei-staten zijner ontwikkeling heen-gerend. —
Proeven, wreede proeven nam hij op zijn eigen kenvermogen en intellectueelen weerstand. In het begin, met heel zijn individualistisch kunstenaarschap tegenstrevend, voorvoelde hij in helderziendheid, overgave en persoonsonderwerping aan een levens-bewustwording in hem, sterker dan zijn kunst-individualisme. In zijn klaring en overgang van individualistisch-burgerlijk dichter naar socialistisch voeler, denker en omvatter van maatschappij-wetten, daagde hij zichzelf ten forum. — Hij offerde