IIO
geweest door het wildvreemde, schoone leven.— En toch, al toén was hij een revolutionair, een afwerper van beknellende traditie-vormen in kunst-uiting. Wat hem als sensitivist en wrochtend uitbeelder van eigen sensaties, van Grieksche, Romeinsche en renaissance-cultuur, in versbouw en metriek beklemde, dat wierp hij terug met een woeste vaart van zijn zoekenden en alles omwoelenden geest. —Zoo ontstond zijn soms geheel verdwaasd en óverstout taal-impressionisme, de tot het uiterste aangespannen sensitiviteit zijner woord- en klank-kleurigheid, opgejaagd door een maatloos-wilde techniek, die alle concrete grenzen tusschen muzikale- en begrips-werking van het woord uitwischte. — Impressionist, dat was hij vooral, maar geen romantisch mysticus als Van Deyssel.
De weeke klanken-spelerij der troubadours achter de sombere burchtmuren ingesmokkeld, heeft hem geen weedom het hart ingezongen. — Hij minde niet bedwelming in on-natuur geboren, noch ridder-romantiek op middeneeuw-sche zinnelijkheid en wreed welbehagen in perversie, geteeld. — Om beurten was hij een wisselaar van concrete begrippen, die niet tastbaar en reëel genoeg konden zijn, en dan weer een impressionistisch stamelaar van onzeg- en onaanduidbare dingen, opgejaagd product van een ziekelijk-zinlijke verbeeldings-werking, hem onder invloed van anderen ingebracht. — Dat was het verborgen en onderstroomend tragisch gebeuren in zijn jong