443
— Ik heb d'r efïetief de angst.
— Die angst hep sloft de kerk in!... gierde de fleurige bioscopen-schoonmaakster.
— 'n Lief wammetje,... hitste Scheele Mie hoonend.
— Soo'n heitjestrippelaar mit se linke pernoose ... soo 'n kalveschieter!
Hij bulderde, de groentebaas van d'overkant.
Griet Peultje kwam ook nog proestend inwaggelen, en blazend kraamvrouw en grommetjes felicitesren.
— Dag minsies!... gichelde zij, glimmend van zweet.
— Soo, driehonderd kilau, ... begroette haar Willem Poppetje mallig.
— Werentig,... lachte Griet terug,... ik speel feur vetpot! ... Maar 't is eenmaal nie aars.... Hè, wa snuffelt 't hier fijn naar drank!
Zij schommelde als een ontzachlijke vleeschklomp door den visitekrans heen naar Nel toe. Voor Leendert en Barendje had Griet Peultje wat goedkoop en broos speelgoed gekocht in het winkeltje vlak naast haar, bij Rooie Mijntje, om buur Poppetje te sarren. Vóór Nel lei ze het breeduit op tafel neer, in het groezelige raamlicht. Zij mochten ruilen; bouwdoozen met grasgroene boomen voor paardenspel en scheepjes. Of misschien wilden zij liever een piano'tje of een gereedschapsdoos van blik?
Nel dankte met een lach en hartelijkste innigheid uit naam van haar kroost.
Voor en achter zaten of stonden de gasten bijeengepropt. Van overal uit de buurt werden stoelen en krukjes geleend, en kommetjes, glaasjes en kelkjes bijgeschoven. Er klonk weer druk gesnater over de duurte van de dooiebos... over Leerlap's roerig asyl, over het lawaai van zijn honden, duiven, konijnen, vogels en krijtende parkietjes; over Bromtol's straatschenderijen, en enkele wijven vroegen zelfs stoutweg nu, met gemeene knipoogjes, naar Corry. Nel zat in spanning te luisteren en tegelijk te spreken.
Een ״penitensje!" Hoorde zij niet Bet Hittepetit verdekt schimpen op Jan?... En... haalde Blauwkous of Spoortremmetje
Linke pernoose: slimme aan-den-kost-komerij.