440
leek woedend dat de toaster zoo schobberig onderbroken was״
— Je snafel toé jij... of ik sa je in je kuif pikkel... schoot hij los naar Ans, schreeuwend van voorvertrek naar achterkamer, terwijl zijn woest drinkersgezicht paars opgloeide van toorn.
— Sóó? ... Gein puf haur!
— Anneime Ans!
Willem Poppetje met het gestolde dronkemanslachje op zijn gezicht, herbegon tusschen geklink en gerinkel van glazen, en gerommel van bordjes en koppen:
— Ikke ... ikke drink op ... op de gesondheid van juffrou Stampfol...
— Hè ... hee, hoo ... nie skelde!
— Nie skelde!
— Mekreil!
— Gatjedufer ... pak 'm in se nekhare! Zacht-waggelend en strakker-glimlachend ging Willem
verder:
— Tut haar honderdste jaar op ... op ... rolletjes!
Van alle kanten werd er lallend geroepen en gezongen, gingen armen de hoogte in:
— Te oud om feur Onse Liefe Heir te ferskijne —
— Lijkekost... tussche Hemelfaart en Pinkstere ...
— Gein polletiek, slaplip!
— Sestig jaar is nog 'n dag ouwer as Job.
— 't Hijgend hert t'r jacht ontkomme ...
— En dat se,... zette Willem strak voort... tut... tut... faurbeild mag neime ... de merremotjes van Frans ...
Weer werd van alle kanten dwarse hoon en boertpraat er tegenin gekreten:
— Heir gebied ufs seige!
— En ijl te hullep an ons f'rdriet!
— Anneime! Psalm vijfennegetig... vers één!
— Enne ... enne de kenijne fan Frans,... zette Willem dronkemans-hardnekkig door.