434
penduletje, tegenover het scheefgezakte raam, wilde wel huilen van dankbaarheid en ontroering. Het was vandaag een dubbel feest bij de Scheenderts. Nel en twee kinderen waren tegelijk jarig en ook werd een beetje de gelukkige afloop van haar bevalling gevierd. Neel Burk, uitgelaten-om-niks, hielp op een kwasi-gezaghebbenden toon mee ״preseteire" en ook Dien, door de voortdurende werkeloosheid van haar man, den diamantslijper, in zwartgallige tobberijen vervallen, slofte ge-dienstiglijk na. Annemie, uit de water-en-vuurloods van Rooie Koen, met haar blaffende stem, had het blijmoedige nieuws van De Wijde Gang gehoord over het kind en zijn gunstig gesternte, en blafte instemmend mee met stijve gebaren, alsof zij gemagnetiseerd was. Haar roode haren zwabberden wild over haar hoofd, terwijl zij Hein den Dool, zich vlak op zijn geelmager-uitgevreten gezicht dringend, duidelijk poogde te maken, dat Tante Ant in haar waarzeggerijen „nooit nie" had misgetast.
— Want se sag soo ijskoud 'n mins se ferborregene litteikes onder se hemp ... al see je nooit-nie 'n waurd!
— Om te griesele,... viel eigendunkelijke Mie Nat rillend bij.
Vele buren informeerden naar Jan ... of Frans niet kwam ..
of Gouwenaar nog op zijn groote vaart „fetoefte".
Toch, naar Corry waagde niet één te vragen, al wilden zij uit heete nieuwsgierigheid het wel allemaal tegelijk.
Neel Burk en de helpers schonken de visite koffie. Met guitige of stekeligeinvalletjesboodNeel denéenschuimpjes, den ander koekjes aan. De drie mannen die er zaten kregen drank.
— Hé Dien skenk!... gierde Neel,... je staant soo onwillig as 'n toerneket.
Het stemmen-geroezemoes dreef telkens sterker aan en weg. Er spetterde een gekakel van wijven, waardoorheen een paar zware kerelbassen gromden. Er klonk gelach en gejoel, zóó erg, dat de zuigeling ervan begon te huilen aan Nel's borst. De dikbloedige, verkwistende vrouw van Hannes Kliekie uit de Violettenstraat, had een „merakels-mooi" jurkje met roze