433
weemoedige gedachten. Zij verlangde naar Manus Peet, naar zijn bijtende scherts en naar troostwoorden van den Bochel, die zoo plots den Jordaan was uitgetjoept. Zij mijmerde ook over het wegblijven van Mooie Karei. Zij begreep niet waarom Corry zoo koel bleef tegenover haar kleinen •dot. De meid leek zelfs een beetje vies van zuigelingen. Zuster vroeg, of zij de uitgerafelde matjes van den vloer maar niet mocht weggooien en al die gehavende stukjes karpet zoolang kon bergen in het kolenhok op het plaatsje. Nel vond het bestig. Het waren toch maar stofnesten in een stofnest.
— Och, as ik vandaag me geld nie haal, is 't tug morge uit mit 'n niet,... beïroniseerde ze haar eigen armoe.
Toen op den zevenden dag van haar kraam, 's middags Neel Burk met Kilometerboekje een paar uur bij haar hadden doorgebracht vóór het bed, voelde Nel onder Neel's borrelende pret, onder haar klaren lach en Kilometerboekje's zotteklappende verhaaltjes, zich heerlijk opgekikkerd.
— Ik sit weer op 't stoepie, ... schaterde Neel Burk, . ,. ik leef op de straat,... ik hou fan Gos' netuur!
IV.
Kraamvisite. — Nieuwe avonturen van Bromtol.
Twaalf dagen na haar bevalling, was er een rumoerige visite-krans in Nel's donkere achterkamer. Neel Burk, Nel's schoonzuster, had bij Tante Antje, de heftige, halfblinde schillen-vrouw-waarzegster in De Wijde Gang, gauw naar broer's kindje geïnformeerd. Met een gelukkigen lach en helle oogen van blijdschap, bracht zij Nel de boodschap van Tante Ant-met-den-frambozeneus: verheugende voorspellingen over wicht's groei en loopbaan, naar de geheimen van den wijd-beroemden planeetlezer Steffens geopenbaard. Nel, die weer overeind zat in een losgerafelden rieten stoel, onder het verguld Manus Peet. 28