392
schap die hem hadden uitgeteerd en vermagerdof tot gekwordens toe geprikkeld, ze deerden hem niet. Steeds ziedender kookte in hem de wraak: de algeheele vernietiging der menschheid. Hij stuurde naar den storm van het oproer toe. De wezens moesten door elkander heentuimelen als bij het laatste gericht. Het moest een val worden van de hoogste bergen naar de diepste afgronden. Straatgevechten en barricades.hetwasdezenmensch-duivel alles heerlijk geheimzinnig voorbereidend, leven, tót eindelijk er een groote wereldbrand zou uitbreken. Opstand, opstand, heilige opstand,.... het dreunde in Manus' ooren. Deze donderstem klonk prophetisch over de ineenkrimpende, vree-zende aarde en ze liet niet los. Naast dezen ontzachlijken, op-zweependen Rus, ook zelf in kerkers gemarteld, klonk hier de stem van een Domela onbewogen en zwak. In de geweldige alvernieling van Bakoenine dreef een mystische macht en zelfs de uitgespuwde godlasteringen zouden het verhevene van zijn dadendrang niet verminkt hebben. Doch in Domela leefde de koele, de steenkille redeneerder, de houterige Jan Klaassen. Peet had Domela slechts enkele malen hooren spreken. Hij beoordeelde hem naar zijn werken en uit zijn optreden. Juist zijn boekjes verafschuwde Manus. Ze leken zoo populair, zoo kristalklaar en zoo bevattelijk voor het volksvernuft geschreven. Maar intusschen spartelde er geen levend woordje in. Het leek Manus gruwelijk schoolmeesterswerk, zielloos saamvattings-gepraat van anderen, en zooals hij had geschreven deze man, zoo had Manus hem ook hooren redeneeren: plechtig, statig, waardig, met een preekzalving in zijn houding en gebaar, en óók meedoogenloos, steenkoud, zonder één liefde-trilling in de stem. En toch, erkende Manus, was er zekere mensche-lijke reinheid in dit hart. Manus kon zijn eigen koele beoordeeling van deze figuur voor zichzelf echter rechtvaardigen. Manus had zijn leven van begin af niet meegemaakt. Hij kende alleen Domeia's vereerders en haters; de tragedie van zijn persoonlijk leven slechts van hooren zeggen en uit het dikke boek ״Van Christen tot Anarchist". Domela bleef voor Manus het