390
het leed en de ellende der arbeiders, als een Simson, doch óók wilde hij met Simsoniaansche kracht de aardlingen verpletteren en zelf zich onder de chaotische instorting werpen. In dezen goedigen reus met zijn kinderglimlach, brak rillend en stuiptrekkend uit al wat de redelooze misdadigers in hun verachtelijkste wreekwoede voelen, wanneer de maatschappij hen in cachotten neersmakt. Bakoenine zou brandstichter, verdelger worden, wanneer zijn vernielings-ideaal daarmee bereikt werd. En hij deed het zonder eenig toegeven aan moord-in-stincten. Omdat in dezen Slaaf wel leefde de dol-durvende revolutionnaire daadvermetelheid, doch ook de teedere liefde-mensch, die inwendig kermde onder de verschrikkingen welke moesten worden aangewend. Maar zijn haatvijandschap tegen de maatschappij waarin hij ademde was zóó oer-echt, dat hij er zijn diepste persoons-genegenheid ook in zichzelf aan wilde offeren. Misdadig vond Bakoenine alles wat bestond, laag en verachtelijk. In zijn eigene geweldsmacht en omwerpings-drang zag hij niets crimineels. Alles was heet bedrog op aarde, onder menschen en kameraden, onder strijders en vlag-zwaaiers. Het vernielingsgericht van zijn daad, gestuwd door de daden van allen die dachten als hij, zou eerst een zuivere, loutere wereld mogelijk maken. Deze man kon voor Manus godlasterend zijn, godbeschimpend,.... als uiting deerde het niet. Omdat zelfs zijn godshaat doorstormd was van een geweldig menschenverlangen: oneindig hooger en beter bestaan te brengen aan alle schepselen. Bakoenine wilde, voor niets afdein-zend, levenden vernietigen, om de vrijheid te brengen aan nieuw-geborenen. Hij begeerde geen voordeel voor zichzelf. En zoo werd hij het krampachtig-schokkende geweten van de daad-anarchie. Gevreesd als een monsterachtig vernieler van burgers, als pek-koker en buskruit-ontploffer, zag hij niets dan de gloeiende flikkeringen eener toekomstzon. Jaren en jaren had hij de kerker-cachotten-lucht geslikt en in Siberië was hij als een schurftig misdadiger, zwaar-geketend tegen een vochtmuur weggetrapt en gemarteld. En aldoor bleven