377
Manus een wild gejongleer met messen. Het bracht de toeschouwers in ontzetting en angst en toch, hoe zelfbeheerscht ving hij koen de vlijme lemmetten en hoe zacht liet hij ze verglijden tusschen het weeke vleesch van zijn tegenstanders. Doch het schoonst vond Manus, na de betooming, de daverende vaart van zijn hartstochtelijk rennend en dan weer terug-steigerend woord. Alles betoogde weer mee: de handen, de voeten, het gezicht, de romp, de armen. Uit den aanvankelijk stuggen parlementariër ontkluisterde zich voor Peet de lévende kamper, die al bevender van stem, soms enkel ziedend fluisterde, en al geslotener van toon, zijn critische vernielingen volbracht. In een stuipachtige wils-energie van nervige bewegingen, ontrafelde hij de maatschappij-leugens en toch ontmoette Manus overal de fiere oprichting van den vuistballer, den verontwaardigden mensch in dit bijtende, ondermijnende woord. Soms stond hij hoog opgerekt, alsof hij een klaroen aan den mond zou gaan steken, en het verbaasde Manus dat de luisterende menigte niet dreigend saamdrong onder de opruiingen van zijn vonnissende taal, en geblakerd door het vuur van zijn pathos, niet voortjoeg, niet strafte en verbrijzelde. Doch iets later begreep hij waarom. De geweldige lijn die deze strijder zoo sierlijk had uitgezwaaid, trok hij bij schokjes en stootjes weer langzaam in. Sluwe groefjes van bedachtzaamheid en fijn venijn plooiden dan saam om de dunne lippen. Plots werd hij de listige, virtuoze argumenten-verstrikker, die met geestige, humoristische wendingen van beeld en vergelijking, het misvormde been van een tegenstander omklemde; bij een ander den muskusgeurigen neus afkneep; die een derde koddig liet struikelen over eigen verwarringen, of een vierde om zijn platte kibbelarijen tot caricatuur omwrong. Nu begreep Manus, waarom vijanden van Troelstra hem een decla-matorischen, kouden zélfopwinder scholden, die zijn azijn, zijn stroop en zout altijd bij de hand had; waarom een sluwen phrazen-besluiper, die zich nabij de gerichtplaats der sociale martelaren het veiligste plaatsje had uitgekozen. Nu begreep