moord-autocraten sloegen zij het verzet neêr van de anarcho•» syndicalisten, die anders dachten, anders voelden en anders handelden dan zij,... toch óók in de heilige overtuiging, het wereld-proletariaat te dienen!
— Kijk naar Moscou ... naar Lenin,... die heeft het spelden op zijn duimpje!... schreeuwde de anarchist... kijk naar de beestachtige en laagzielige gevangenen-bewakers van je bolsjewiekische regeering, en zie hoe die de anarchisten mishandelen!
Manus luisterde met ironische ontstelling, toen een andere syndicalist nog giftiger uitviel tegen Wijnkoop en met antisemitischen tongval meeschimpte:
— Tha Pheet... tha... zal ikke me over je Davedje sphreke ... Je Davedje is me d'r 'n Davedje ... 'n krijgs-vechter van 't jaar nul... Geef 'm 'n veldflesch mee, dat goochemertje,... as ie na de kazerne optrekt, tha! Drie hoog broeit die oproerling revoluties, terwijl ze vrouwtjelief 't theewater opzet. Pas op, pas óp over je Davedje ... over je Davedje Wijnkoop, over de rrrevolutie, over ze ghroote mond!
Rondom den schimper werd geschaterd in kokende pret. Manus keek beteuterd en sneu over zooveel absurditeit.
Op andere vergaderingen gierde het lawaai Manus net zoo tegen. Maar nu werden de anarchisten en de S. D. A. P.-ers gekielhaald. Een bibberbleek, geraamte-mager, jong commu-nistje met verwilderde haren, in het mosgroen, met dadaïstische boord en broek, schreeuwde een koddig-tragische en verwilderde schimp-speech af tegen Troelstra. Het werd zelfs één woeste, krenkende beleediging, één zinnelooze vernietiging, verdachtmaking en afbraak, zoo walmend van haat als Manus nog nooit gehoord had. Met de minachtelijkste scheldwoorden werd deze ״vuile", sluwe zuurvreter-advocaat gebombardeerd. Troelstra was een laaghartige volksverrader, een vunze spion van de burgerij, een betaalde revolutionnair, die zijn kindertrompet tot bazuin opblies. Hij was een lafhartige beginsel-duikelaar, een politie-rechercheur, een schen