371
In driftige, hitsende vloektermen en onduldbaren hoon bleef deze anarchist, Van Ravesteijn naar zijn eigen inzicht en aard karakteriseeren als een mallootigen, theoretischen betweter, een schetterenden, opportunistischen phrazen-draaier, een klatnmen idioot, die omdat hij een doktertje in de geschiedenis was, meende de heele wereld wel tot geleerde brij te kunnen vermalen tusschen zijn revolutionnaire kaken. Maar deze laffe, Merenberg:che zwaaier van den voorhamer, moest zélf maar eens onder het aambeeld worden getrapt. Deze polemische smulpaap en politieke struikroover was toch niets anders dan een verblinde gezags-terrorist en een huichelachtig demagoog. O, de communisten, zij vochten zoo ontroerend voor de arbeidersslaven, voor de onterfden en voor de verworpenen, en zoo meedoogenloos tegen de sociaal-patriotten. En toch, wat deed deze meneer Van Ravesteijn anders dan opdringerig, stinkend-verwaand en bazig intellectueeltje spelen tegenover de volks-onwetendheid? Wat deden die communistische branies en schelle banierzwaaiers, deze woedend-ópschuimende broeders der proletariërs anders, dan laagzielig grieven en krenken met hooghartige en stom-beleedigende woorden? Maar van anarchisme beseften die klungelaars en slampampers geen snars. Al het zwammen tegen en uitjouwen van hun boven- of buiten-maatschappelijkheid, was niets anders dan geestelijke onmacht, om zich tot de klare hoogte van hun levensbegrip op te werken. Wanneer de bolsjewieken met hun giftige venijnwoorden de christelijke regeering bespotten om haar dwangwetten, haar lapmiddelen en walgelijke philantropie, let dan eens op,... wat het gore heertje Van Ravesteijn, zijn kornuiten en al die andere banketletters zouden voortbrengen zoodra zij in een proletarische dictatuur, de breintjes gezwollen van machtswaan, de hoofdplaatsen gingen bezetten en bezitten. Hoor de bolsjewieken kraaien, hoor ze hysterisch gillen: het vrije woord mag nooit en nimmer worden aangetast! In tusschen schonden en verminkten de ellendelingen en volks-prostitueer-ders,ditvrije woord bij tegenstanders,driekwartvan den dag. Als