354
zoo mooi, zoo mooi, neen, dat was niet te zeggen. Heel zijn binnenste woelde zij om-en-om. Een ongeloofelijk-looze trijp. Zij zat er zoo schalksch bij te koekeloeren, zoo brutaal, zoo schertsend-afstraffend en uitdagend, dat Manus haar maar dommelijk-verrukt bleef aangapen. Doch Corry onder het verstrooide babbelen, luisterde naar het windgebulder. In haar stem zonk iets weemoedigs, iets smartelijk-gevoeligs en angstigs. Was dat nou het Jaagpad, vroeg zij? Manus knikte. En was hier vlakbij een kerkhof? Manus knikte weer. Even tuurde zij schuw, bangelijk, een beetje bleek, naar de schaduw-donkere vlieringmuurtjes en naar de rammelende ruitjes. En zij zag gebochelden Manus in zijn hemdsmouwen, onder den lamp-schijn, als een verwezen en vreemd schepsel, van wien zij maar niet begreep hoe het mogelijk was, dat hij haar kende. Het werden zulke begoochelende gewaarwordingen in Corry, alsof zij alderlei zware, zoete geuren snoof die duizelen deden. En daarbij nog de wild-zingende wind en de regen buiten, en de stilte en het kerkhof,... o, zij rilde en verlangde, verlangde oneindig en toch zielsbedroefd.
Onder haar uiteenspartelend vertellen hield Corry voor Manus verborgen, wat zij er aldoor heimelijk had bijgedacht: dat er eigenlijk maar één kerel op de heele wereld bestond, die met haar mocht doen wat hij wou; die haar mocht lief-koozen, beleedigen, krenken, slaan; die haar mocht kwellen met zijn hartstocht en zijn liefde, die haar mocht neermokeren in jaloersche razernij en weer mocht ópsleuren, om zwijmelend daarna te ademen, mond op mond,... Karei Burk. Want voor dién, voor dien alléén wou zij niets zélf, niets aparts zijn, omdat zij zich voelde als een stuk, een levend-trillend deel van zijn lichaam, zijn ziel, zijn heele heerschende mannen-wezen. Dat nederige vrouwgevoel tegenover Karei, was eigenlijk haar hoogste en verfijndste liefde-verrukking. Vroeger hunkerde zij onder hartkloppingen, naar het tragische avontuur in haar leven, naar gebeurtenissen die haar verdriet, schrik en ontroering zouden geven. Vroeger smachtte zij naar het