332
acties in het werkelijke leven nooit iets bereiken, als zij niet handelden, handelden met een onwrikbare, vreeselijk-door-gevoerde kracht. Gebood Jezus de zachtmoedigen en nederigen van hart niet, met barsche klem: laat de dooden hunne dooden begraven, doch gaat gij heen en verkondigt het koninkrijk der hemelen!
Manus besefte, dat al deze bolsjewiekische leiders niet kónden wijken onder weekhartige verslapping en verzwakking, voor de gewelds-verschrikkingen van hun gerechtig-heidsleer. Wie van de tegenwoordig-levende menschen, die nadachten en begrepen, waagden Robespierre-op־zichzelf een moordenaar te noemen, omdat hij uur aan uur het guillotine-mes had laten flikkeren tusschen de dreunende stel-lagiën? Het bleef de revolutionnaire idee die hij in dwang en vrijheid uitwerkte; beginsel, aan consequenties geklonken en aan de persoonlijke eigenschappen van den hervormer. Het bleef de verteederende en zoete gedachte, die hij van een der verdeemoedigste en aandoenlijkste aller utopische menschendroomers had geërfd: van Jean Jacques Rousseau. Voor Manus Peet schiepen al deze vurige baanbrekers, verheven ophitsers en handelende droomers, soms onder innerlijk-strenge controle, een spheer die het volk zelf om zich heen eischte. Zij waren voortbrengers en stuwers, maar ook voortgebrachten en gestuwden in een historisch wereldproces. Manus zag hen als den trillend-levenden al-machts-wil, die zich tezamen wrong in één schepsel en die toch begéérte bleef van een gansche, organisch-ineengegroeide menschen-maatschappij. En hij zag de geheimzinnige en innerlijke bewustwording in de leiders ontstaan: te vervullen een taak, die door den onuitgesproken en toch brandenden drang der worstelende menschheid zelve, hun op de schouders werd geworpen.
Met deze donker-folterende bezieling leefden bijna alle hervormers en groote voorgangers in zich. Onder zulke zielsbeklemmingen moest een ״laaghartige" Marat een Cor-