3O8
en een onschokbare maatschappelijke orde-leer. Alles in hun dadelijke omgeving kruipt en kronkelt voor een geheimenis, een bezweringsmacht die zij tooverij noemen en nog niet kennen. En zoo, door hun stand, rijkdom, roem en voornaamheid, wordt al wat zij als macht-individu ondergaan, gesteund en al wat zij, kleuterige heersch-schepselen, wenschen, op de meest eigene en onafwendbare manier in hen gebracht door leeraren, door vrienden en kringsgelijken. En later beseffen de teedere kinderkens de onmetelijk-genadelooze waarde van het toovermiddel. Hun maatschappelijke positie bevestigt en verdiept al hun handelingen en beweegredenen, verklaart ze voor de hoogste moreele gemeenschaps-wet en wil der menschheid. De wereld bestaat voor hün levensgenietingen, is er tot hün onderwerping. Zij zijn door de macht van stoffelijke uitpers-middelen, door geld, bezit, afkomst van voorgeslacht, door de opperste cultuur, God's uitver-koorne menschengroep gebleken. En zoo zag Manus, door alle schotsch-en-scheefsche wendingen van lot en leven heen, innerlijksten groei en ontwikkeling van de maatschappelijke persoonlijkheid ook in aristocratische en rijk-burgerlijke kringen, van geboorte tot volwassenheid, door ijzeren wetten van oorzaak en gevolg éven allernoodzakelijkst bepaald en inge-kneld, als groei en ontwikkeling van kind tot persoonlijkheid in de proletarische klasse en proletarische cultuur. Later hoorden de machthebbers in verwarde beklemmingen, zich vloekwaardige uitbuiters, schurken en menschenrecht-verkrachters schelden, terwijl Opperwezen en Maatschappij hun sociale heldendaden van geslacht op geslacht toch slechts mildelijk beloonden met het uitverkorenschap van naam, rang, bezit en kennis, alweer... tot instandhouding der hoogste cultuur, der hoogste moraal. Zoo jammerblind doolden zij rond, de felbegeerige winsten-roovers, in schijn en toch óók in wezen onbekend met de fijnst-vezelende verworteling hunner eigen sociale wreedheid, hunner dieverij en individualistische mis