TIENDE HOOFDSTUK.
I
Peet spartelt in de draaikolk der Fransche Revolutie.— Het visioen der guillotine. — Roberspierre, Danton, Marat en Desmoulins bezoeken Manus' vlierink je op het JaagpadToen Manus op een stormigen Januari-avond, waarin het Heelal zoo donker in nacht en in oergeweld heerschte, zijn Jaagpad-woninkje naderde, overviel hem een geluksduizeling bij de koesterzoete gedachte, dat hij in de stilte van zijn honkje, van alles af, alléén met het spookrige windgeweld, daar dadelijk weer vrij kon gaan zitten smoken, mijmeren en lezen. Het hypochondrische weeuwtje van het snoepwinkeltje had Peet's kacheltje ״uit pure meelij mit de Kriek" opgestookt,... al deed zij het, heimelijk erkend, meer in ruil voor Manus' bereddering van haar in de war geloopen zaakje met dreigend-schreeuwerige leveranciers.
Toen Peet zijn hokje instapte lachte hij even, terwijl het weeuwtje met haar ingerimpeld snuit, grijsgelig als van puimsteen, zijn potkacheltje met zuchtende buk-inspanning nog stond óp te porren. — Kedin moeder ... 't vonkertje dijn!